De man die vooraan staat

Feyenoord-hooligan Yoeri Kievits verwierf landelijke bekendheid met zijn boek over hoe het voelt een die hard supporter te zijn van de club uit Rotterdam-Zuid. De titel luidde: De mannen die vooraan staan. Doelend op het feit dat confrontaties niet uit de weg gegaan worden en dat alles moet wijken voor de eer van je club en stad. De titel van het boek bleef door mijn hoofd zoemen bij ADO Den Haag-Feyenoord van afgelopen weekeinde. De man die vooraan stond, Nicolai Jørgensen, speelde met koorts en griep. Ruim een half jaar in dienst bij Feyenoord kent de Deense international nu al het sentiment en bovenal het belang van een aanstaand kampioenschap. Het was in 1999 voor het laatst dat de Coolsingel vol liep om de selectie van Feyenoord met de schaal op het bordes te zien. Nu in 2017, met nog elf wedstrijden te gaan, is de droom dichterbij dan ooit. Des te ruwer, mocht het feestje verstoord gaan worden door aartsrivaal Ajax of het op stoom rakende PSV uit Eindhoven.

jorg2

Nicolai Jørgensen, geboren op 15 januari 1999, werd in de zomer van 2016 overgenomen van FC Kopenhagen. Een periode van doelpuntendroogte in Duitsland bij Bayer Leverkusen en 1. FC Kaiserslautern, deden hem in 2013 doen terugkeren naar zijn vaderland, waar hij neerstreek in de hoofdstad. In 2016 kreeg hij de taak zich te voegen in een illuster rijtje namen. Een missie waar de stoïcijnse Deen in lijkt te slagen. Want wie heeft het in Rotterdam-Zuid nog over Graziano Pellè? De Italiaan die een ware cultuurschok te weeg bracht in de havenstad. Pellè was op voorhand al mislukt, maar knokte zich dwars door verdedigingen heen en bleek een ware doelpuntenmachine. Pellè en Koeman luidden een tijdperk in dat wellicht gekenmerkt kan worden als de Rotterdamse Renaissance. Op de puinhopen van de 10-0 nederlaag in Eindhoven in 2010 bleef de steun aan de Stadionclub onvoorwaardelijk. Rotterdammers bouwen, altijd en overal. Aan de stad, aan de haven en aan Feyenoord, de eerste Nederlandse winnaar van de Europa Cup voor landskampioenen in 1970.

Voordat Graziano Pellè meermaals de hoop in de Rotterdamse harten terug schoot, was daar natuurlijk een flamboyante Zweed met schijt aan alles en iedereen. Gevoelig voor de zoemende camera’s en net als Pellè niet vies van een provocatie meer of minder, ontpopte John Guidetti zich tot een volksheld. Maar tekenend voor zowel Pellè als Guidetti, was dat er ook een voortdurende zweem van onrust omheen hing. Pellè verbouwde eigenhandig de catacomben van de Grolsch Veste en vond Jan-Joost van Gangelen het hoofd van een Ajax-supporter hebben. Met een groen-witte aanvoerdersband om zijn arm zagen deze twee acties er wat onbeholpen uit. Ook John Guidetti draafde wel eens door in zijn fanatisme. Een 1-0 voorsprong tegen RKC, bepaald vanuit een lullige strafschop, moest door Guidetti gevierd worden of hij met de Champions League in zijn handen stond. De Zweed trok zijn shirt uit bij het vieren van het doelpunt. Ronald Koeman ontstak in woede. Guidetti had al geel en kon vertrekken. RKC kwam terug tot 1-1 en meteen werd duidelijk waarom Guidetti niet geschikt was voor de top.

Hoe anders waren de spitsen van de kampioensploegen van 1999 en 1993. Toen Julio Cruz met de helikopter neer streek in De Kuip, was het voor veel mensen nog niet helemaal duidelijk of dit wel de ware opvolger van Henrik Larsson zou worden. Cruz had als bijnaam El Jardinero, de tuinman. Dit terwijl Feyenoorders al gewend waren aan De Tovenaar van Tatabánya, Joszef Kiprich. Overeenkomst tussen Cruz en Kiprich was dat zij zich te allen tijde niet van de wijs leken te brengen door de omgeving. Cruz beleefde zijn hoogtepunt op het hoogste podium. Tegen Juventus trof de Argentijn twee maal doel. Het bleek de voorbode te zijn van een glansrijke carrière in Italië, nadat Cruz met Feyenoord in 1999 kampioen was geworden. Joszef Kiprich had dezelfde wat langzame tred als Cruz. Een matje in de nek, een vlassnor op de bovenlip, een shirt dat wat uit zijn zwarte broek slobberde. Maar Kiprich ontpopte zich tot een ware volksheld in Rotterdam-Zuid. Met de KNVB-beker boven zijn hoofd, zittend op de schouders van medespelers, nam de Hongaar na de bekerfinale tegen FC Volendam in 1995 afscheid. Wie het woord cultheld wil omschrijven, hoeft alleen maar de naam van Kiprich te laten vallen. De man die met losse veters een penalty verzilverde tegen PSV.

Nu staat Nicolai Jørgensen vooraan. Geen ordinaire afmaker, die zijn loopacties beperkt tot een snelle, maar korte sprint naar de eerste paal. Geen wandelaar. Jørgensen is niet te beroerd om meters te maken voor Berghuis, Toornstra, Kuyt of Elia. Geen gek gejuich bij doelpunten. Geen hartjes, planking of shirtjes die uit gaan. Nicolai Jørgensen lijkt misschien wel het meest op de vijftigduizend die wekelijks om hem heen zitten. Bouwend met blote handen aan nieuwe successen voor Feyenoord. En daar verder niet al te raar over lullen. Nicolai Jørgensen, de echte man die vooraan staat.

jorg1


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s