1+8=9

De oudere generatie heeft vrijwel altijd commentaar op de huidige generatie aan voetballers. Ze zijn eerder miljonair dan volwassen, dragen meer tattoo’s dan een gemiddelde Maori en ruilen meer van vriendin dan van shirt. De Engelse spits Peter Crouch had al vrij vlug door dat een voetballoos bestaan hem waarschijnlijk eeuwige maagdigheid had opgeleverd. De tegenwoordige tijd doet je vooral verlangen naar vroeger. Coen Moulijn, de ultieme superster van Feyenoord, had een modezaak. Coen Dillen, clubicoon van PSV, dreef een sigarenwinkel vlakbij het Philips Stadion. Hadden ze in deze tijd gespeeld, dan hadden ze onbekommerd kunnen leven van het geld dat ze bij elkaar hadden gevoetbald. Vroeger, toen een keeper gewoon nummer 1 had en de spits nummer 9.

Maar wie kijkt naar vroeger ziet dat het verhaal van de rugnummers niet helemaal waar is. Ja, Ricardo Kishna koos er voor bij Lazio Roma voor nummer 88 te gaan. Ronald Waterreus keepte met nummer 23, een eerbetoon aan zijn held, basketballegende Michael Jordan. Maar al in 1974 was de nummering van de WK-selectie van Nederland ronduit hilarisch. Johan Cruijff wilde met 14 spelen, waardoor de regel van rugnummers koppelen aan alfabet voor ‘El Salvador’ niet op ging. Cruijff mocht zijn handelsmerk behouden, waardoor Ruud Geels (spits) nummer 1 kreeg en doelman Jan Jongbloed met nummer 8 ballen moest tegenhouden.

Maar er is iemand in de voetbalgeschiedenis die hier kei- en keihard overheen is gegaan als het gaat om apart zijn. In dit geval is dat vooral aandoenlijk. Ivan Zamorano, Chileen van geboorte, streek na vier jaar voor Real Madrid te hebben gespeeld neer in Italië. In 1996 kwam hij terecht bij Internazionale. Zijn status leverde hem nummer 9 op. Ivan ‘de Verschrikkelijke’ was een garantie voor doelpunten en hoe dat beter uit te stralen dan hem het nummer toekennen dat bij de eerste spits hoort. In Spanje had hij zich in het seizoen 1994/95 zelfs tot topscorer weten te kronen van de Primera División. Het was voor iedereen duidelijk in Milaan, er kwam een grote meneer aan.

 

In het seizoen 1996/97 mocht Ivan Zamorano zijn doelpunten voor Inter inderdaad vieren met het nummer 9 op zijn rug. Hoewel dat slechts zeven maal gebeurde in eenendertig wedstrijden in de Serie A. Het was onvermijdelijk dat het bestuur van Internazionale besloot te investeren in doelpunten. Niet in de laatste plaats omdat Massimo Moratti in 1995 de nieuwe eigenaar van de club was geworden. De petroleummagnaat wilde zijn vader achterna, die in de jaren zestig erg succesvol was geweest met de club. Moratti zou naast Zamorano nog tal van spelers aantrekken voor enorme bedragen.

Zo ook in de zomer van 1998. Roberto Baggio werd na één seizoen voor Bologna te hebben gespeeld, getransfereerd naar Inter. Wat dan volgt, is een koddig geschuif met rugnummers en een ietwat getergde Zamorano, die daar zijn geheel eigen oplossing op heeft losgelaten. Baggio moest spelen met nummer 10, waardoor de Braziliaanse spits Ronaldo nummer 9 kreeg. Ivan Zamorano ging in de pikorde omlaag. De Chileen koos voor nummer 18, wat redelijk logisch is, aangezien dit neerkomt op twee maal negen. Ivan de Verschrikkelijke stak vervolgens de draak met zijn degradatie. Hij voegde een plusje toe op zijn shirt tussen het cijfer 1 en 8. Hierdoor speelde hij, rekenkundig gezien, met nummer 9 in plaats van nummer 18.

Een spits met nummer 1 én met nummer 8. Ruud Geels en Jan Jongbloed kom er maar in. Het kon echt nog gekker na dat WK in 1974.

 


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s