Glentoran FC, parel van Oost-Belfast

Belfast, centrum van spanningen tussen protestanten en katholieken. Of beter gezegd, tussen loyalisten en republikeinen. Stad van muurschilderingen die bedreigende taferelen laten zien of juist zijn gemaakt ter nagedachtenis aan slachtoffers van het conflict dat min of meer in werd geluid door onze stadhouder Willem III. In 1969 laaide het conflict, The Troubles genaamd, opnieuw op en streden katholieke voor emancipatie in het door protestanten gedomineerde Noord-Ierland. Nog altijd staan in de stad zogenaamde Peace Walls. Vredesmuren die moeten voorkomen dat de strijd niet nog eens zo hevig wordt als in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Maar een bezoek aan de stad laat ook een heel andere kant zien. Voor een voetballiefhebber is Belfast een absolute ‘to do.’

Niet alleen vanwege het feit dat George Best kind van de stad is. Volgens Pele was Best de allerbeste voetballer ooit op de planeet. De Noord-Ieren hebben deze uitspraak kritiekloos overgenomen en pareren in pubs elke aanval die ik op ze open. Het heeft geen zin om ze ervan te overtuigen dat Johan Cruijff beter was. Die was ook goed en misschien de tweede beste voetballer aller tijden. Maar niemand was zo goed als hun George Best, afkomstig uit Oost-Belfast. Opgegroeid in de wijk Cregagh, als zoon van Dickie en Anne, tezamen met vier zussen en een broer. Breng een bezoek aan zijn huis, gelegen op Burren Way, en vraag iedereen naar hun herinnering aan George Best. De Noord-Ieren praten nog altijd met enorm veel liefde over de voormalig topspeler van Manchester United, de club waar Best voor debuteerde in 1963. Maar werd hij nooit opgepikt door een club uit de stad zelf? Belfast telt nogal wat voetbalclubs. Met pijnlijke schaamte, maar met goed gevoel voor humor word ik daar op gewezen tijdens mijn bezoek aan Glentoran FC.

cover-photo-11_0

Want na een bezoek aan de rood-zwart-groenen uit het oosten van de stad, kan ik met behoorlijk groot enthousiasme zeggen tegen de groundhoppers onder ons: Belfast, doen. Op vrijdagavond viel mijn oog op de Belfast Telegraph die op mijn tafeltje in het hotel lag. Op de voorpagina stond aangekondigd dat Glentoran en Linfield elkaar morgen zouden treffen in The Oval, thuishaven van Glentoran. Na een mailwisseling met Ruth, die de Superstore runt, lag er op zaterdag een kaartje voor me klaar. Ruth vertelde me dat het een thriller belooft te worden. Linfield komt uit het westen van de stad, heeft iets meer poen te besteden dan Glentoran en speelt haar thuiswedstrijden op Windsor Park, dat ook dient als het nationale voetbalstadion van Noord-Ierland. Na het ophalen van mijn kaartje, kreeg ik een gratis rondleiding van een vriendelijke steward, die ook nog eens in het bestuur bleek te zitten. Met veel passie vertelde hij over Glentoran, de club die in 1914 de eerste Europese beker won, de Vienna Cup. Met de naderende oorlogsdreiging hadden veel clubs het niet aangedurfd om het toernooi in Oostenrijk-Hongarije te spelen. De Glens wel en namen de cup mee naar huis.

Maar hoe zat het nou met George Best? Een lach verschijnt op het gezicht van de steward als Bests naam ter sprake komt. ‘Geloof het of niet, maar we hebben hem afgewezen omdat hij te klein en te mager was.’ Toch heeft hij een wedstrijd gespeeld voor Glentoran, een vriendschappelijk duel met de club waar Best groot zou worden: Manchester United. Legendarisch is de anekdote die aan de ontdekking van George Best kleeft. Scout Bob Bishop stuurde een telegram naar Sir Matt Busby met de zin: ‘I think I’ve found you a genius.’ De rest is geschiedenis. George Best groeide uit tot een absoluut icoon in de jaren zestig en won in 1968 met Manchester United de Europa Cup I tegen Benfica. Helaas verkreeg Best ook een bepaalde reputatie buiten het veld. Hij was een rockster zonder muziekinstrument, de Jim Morrison van het voetbalveld. Mooie vrouwen, die hij als vuil behandelde, te snelle auto’s die hij dikwijls onder invloed bestuurde en altijd was er drank om hem heen. In 2005 plaatste een Britse krant een foto van George Best op verzoek van het voetbalicoon zelf. Sterf niet zoals ik, was te lezen boven de foto van een geel gekleurde Best. De alcohol, die zijn moeder in 1978 al van haar leven beroofd had, miste zijn uitwerking op George Best uiteindelijk ook niet.

glen1

De steward neemt me mee naar de kleedkamers van Glentoran en die van de bezoekende clubs. De shirts van de Glens hangen netjes aan de kapstok. De enige bekende naam is die van Nacho Novo, de Spanjaard die inmiddels 37 jaar oud is en zijn carrière lijkt af te gaan sluiten in Belfast. Gezien het spelerspaspoort van Novo is dat allerminst zeker. Maar hij is de absolute vedette van de ploeg. Als de rondleiding is gedaan, besluit ik in de stadionbar Manchester United tegen Reading te kijken als voorprogramma. De spelers van Glentoran kijken met me mee en van een gespannen derbysfeer is geen sprake. Kinderwagens worden de pub binnengereden en veel kinderen vragen nog een handtekening of een foto van een van hun helden. Iedereen heeft de kleuren van Glentoran aan of op. Het is een grote familie hier in Oost-Belfast. Al snel word ik opgemerkt als The Dutchie. Of ik NEC uit Nijmegen ken. Een aantal fans van het Nederlandse rood, groen en zwart is neergestreken in The Oval.

De wedstrijd staat op het punt te beginnen, maar niemand lijkt aanstalten te maken om vanuit de pub de trap omhoog te nemen. Veel mensen kijken de wedstrijd liever op een tv dan op de tribune. Hoewel het de Glens aan stootkracht ontbreekt, wordt het toch 1-0 voor de thuisploeg. Voormalig keeper van het nationale elftal, Roy Carroll, wordt geklopt door een schot van Curtis Allen. The Oval ontploft. Het gelijkspel op Boxing Day voor de competitie had al geleid tot een behoorlijk optimisme. Nu staat het zomaar 1-0. Een score die Glentoran vol zou houden tot en met de rust. In de rust schaar ik me bij een grote groep supporters die samen is gekomen onder een tv. De tweede helft besluit ik hier te kijken. De sfeer op de tribune was dik in orde, maar met supporters over de wedstrijd praten is net zo leuk. Links en rechts valt het woord ‘judas’ als een van de twee oud-Glentoranspelers aan de bal is namens Linfield. ‘We haten Linfield. Ook al zijn ze net als ons protestants. Hier hebben we niets met clubs die bekend staan om het grote geld. Veel jongens komen ook echt uit Oost-Belfast.’ Ik vroeg of het uitmaakte dat ik een Nederlandse katholiek was. ‘Nee hoor, Dutchie, als je maar geen blauw en wit aan trekt. En pas dadelijk een beetje op als je terug naar huis loopt. Je kunt beter je shirtje wat wegstoppen in je broek en je jas wat hoger dicht ritsen.’

Glentoran verloor na verlenging met 1-2. Net niet door. Net niet George Best in je elftal gehad. De tragiek van fan zijn van een volksclub uit Oost-Belfast. Zo veel mooier dan altijd maar de wind in de zeilen hebben. Met de hoogwerkers van Harland & Wolff (bouwers van de Titanic) in de verte verlaat ik The Oval. Titanic en George Best, beiden gedoemd om na hun kennismaking met de rest van de wereld op volle snelheid op hun einde af te koersen. Oost-Belfast heeft gelukkig nog Glentoran. Die bestaan over honderd jaar nog steeds, zullen niet wereldberoemd worden en genieten van elk klein kruimeltje succes. The Glens en hun trouwe supporters zitten in mijn hart. EAST EAST BELFAST!!!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s