Zvonimir Boban; Jongen van Zagreb, man in Milaan

De klassieke opvatting dat Europa verdeeld was in een West- en een Oostblok gedurende de Koude Oorlog, is ietwat misplaatst. Het klopt dat het westen van Europa onder invloed stond van de Verenigde Staten en vlak na de Tweede Wereldoorlog de financiële steun in de vorm van het Marshallplan maar wat graag aannam. Het klopt ook dat het oosten van Europa direct vanaf 1945 aan de leiband van Moskou lag en de communistische mores zich eigen moest maken. Feitelijk was er een derde blok in het door oorlog verwoeste continent: Joegoslavië. Het land werd in 1941 binnengevallen en al spoedig startte, mede door het bergachtige landschap, een felle guerrillaoorlog. Josip Broz Tito, de zoon van een Kroatische vader en een Sloveense moeder, wierp zich op als leider van de partizanenbeweging en zou na de oorlogsjaren de absolute leider worden van de nieuwe Joegoslavische republiek.

Hoewel Tito beïnvloed was door ideeën van het Marxisme en zelfs in Rusland was ten tijde van de revolutie van 1917, stonden zijn nieuwe Joegoslavië en de Sovjet-Unie van Stalin elkaar naar het leven vlak nadat de kruitdampen van de Tweede Wereldoorlog waren opgetrokken. Tito overleefde een aantal moordaanslagen, beraamd door Stalin, en voorzag de geboren Georgiër van een behoorlijk krachtige repliek: ‘Zend maar geen moordenaars meer. We hebben er al vijf gevangen genomen. Ik stuur er een naar Moskou en dat zal ik geen tweede keer hoeven doen.’ Zo krachtig als zijn buitenlandse beleid was – Tito mengde zich in onder andere in het Arabisch-Israëlische conflict – zo krachtig was ook zijn binnenlandse politiek. Dat bleek geen overbodige kwaliteit te zijn.

Tito kon als communist natuurlijk moeilijk nationalistische ideeën toelaten. Het regeren van een land zo divers als het zijne, vroeg om de autoritaire aanpak van de voormalig partizanenleger. In de jaren na de oorlog leken de verschillende etnische groeperingen elkaar wat minder naar het leven te staan door de gezamenlijke krachtsinspanning die zij hadden geleverd tegen de bezetter. Maar schijn bedroog eens te meer. Tito had de touwtjes strak in handen. Toch wist ook hij dat in zijn land etnische brandjes smeulden die maar moeilijk te blussen waren. Nationalistische gevoelens staken soms de kop op en het was belangrijk om de verschillende etnische groeperingen een bepaalde mate van autonomie toe te kennen. Na de dood van Tito (op 4 mei 1980) begon allengs het conflict in Joegoslavië dat uiteindelijk zou leiden tot het uiteenvallen van het derde blok dat Europa kende na de Tweede Wereldoorlog.

Hoewel het uitdragen van nationalistische symbolen verboden was, bestond er een plek waar het wel kon: het voetbalstadion. Zo ook op zondag 13 mei 1990 in het Maksimirstadion van Zagreb, waar de plaatselijke club Dinamo (spelend in het blauw) haar thuiswedstrijden afwerkte. Tegenstander van die dag was het uit Belgrado (en dus Servische gedeelte van Joegoslavië) afkomstige Rode Ster. Vergezeld door 3.000 supporters streed Rode Ster op de warme dag in mei tegen de Bad Blue Boys uit Zagreb. Buiten het stadion waren meer rellen geweest dan normaal, in het stadion waren vlaggen te zien van deelrepubliek Kroatië. Voor het eerst in vijftig jaar waren er vrije verkiezingen geweest, waarbij een meerderheid van de stemmen naar partijen ging die streden voor Kroatische onafhankelijkheid.

Supporters van Belgrado zongen dat Zagreb Servisch was en dat de nieuwe leider van de Kroaten, Franjo Tudman, vermoord zou worden. De reactie van de Bad Blue Boys loog er ook niet om. Het veld werd bestormd en de politie had, vanwege onderbezetting, alle moeite om de losgebroken fans onder controle te houden. Het was hier dat een jonge Kroaat symbool werd van een onafhankelijkheidsstrijd. Hij droeg geen vlag in zijn hand en had ook geen capuchon op zijn hoofd om onherkenbaar te zijn voor de eventuele juridische nasleep. Nee, hij had een blauw shirt aan met achterop nummer 10. Hij nam het op voor een supporter van zijn club die door een politieagent in elkaar geslagen werd. In enkele seconden zou het leven van Zvonimir Boban voorgoed veranderen.

Hoewel hij in 1987 nog goud had veroverd op het WK voor jeugdteams, mocht Boban in 1990 niet mee met het elftal van Joegoslavië naar Italië om daar het WK te spelen. Boban werd gestraft voor zijn aandeel in de rellen van 13 mei eerder dat jaar. Politieagenten, pro-regering, hadden het volgens Boban voornamelijk gemunt op de supporters van Zagreb. Op youtube zijn de beelden nog altijd oproepbaar. Boban die een paar stappen terug zet als agenten hem tot de orde willen roepen, om vervolgens als een volleerd infanterist op zijn doel af te rennen: de politieman die in zijn ogen te hard op had getreden tegen supporters van Dinamo. Wat volgt is een trappende Boban die de agent tegen het gras werkt en snel weg probeert te komen voordat de andere politiemannen hem kunnen pakken. Supporters van Dinamo vormden al snel een escort van bodyguards om hun lieveling te beschermen.

zvonimir-boban

Boban verklaarde zelf naderhand bang te zijn dat hem iets werd aangedaan. In 1991, het jaar van de Kroatische onafhankelijkheid, kwam het voor Boban alsnog tot een vertrek naar Italië. De middenvelder werd ingelijfd door AC Milan dat hem gelijk voor een seizoen verhuurde aan Bari. Met de Zuid-Italianen oogste Boban niet al te veel succes. De club eindigde als vijftiende dat seizoen en zou samen met Hellas Verona, Cremonese en Ascoli degraderen naar de Serie B. Voor Boban persoonlijk was het geen slecht seizoen. Hij bleek het niveau aan te kunnen en trof twee keer doel. Bovendien was zijn echte broodheer, AC Milan, kampioen van Italië geworden en had Marco van Basten zich tot topscorer van de Serie A gekroond. Ook het seizoen er na zou AC Milan zich de beste van Italië mogen noemen.

In de jaargang 1993/94 veroverde Milan wederom de Scudetto. Toch werd het kampioenschap overschaduwd door de tragische dood van Formule 1-courreur Ayrton Senna die na een crash op het circuit van San Marino het leven liet op dezelfde dag dat de roodzwarten uit Milaan de landstitel binnenhaalden. Het was echter niet genoeg voor de ploeg van trainer Fabio Capello. Nadat in 1993 de finale van de Champions League nog verloren ging tegen Olympique Marseille (Boban speelde niet mee, Rijkaard en Van Basten wel), moest het in 1994 gebeuren tegen het FC Barcelona van Johan Cruijff. De legendarische nummer 14 had in 1992 beslag gelegd op de Europa Cup I dankzij een rake vrije trap van Ronald Koeman. In 1994 kregen zowel Cruijff als Koeman wederom de kans om de beker mee naar Nou Camp te nemen.

FUSSBALL: italienische Liga 97/98 AC MAILAND 28.07.97

Opponent voor FC Barcelona was ook dit keer een Italiaanse tegenstander. Het Olympisch Stadion in Athene was met 70.000 toeschouwers tot de nok gevuld. Capello koos er voor om de Fransman Marcel Desailly, die in 1993 nog met Marseille de Champions League won te posteren voor een verdediging bestaande uit Panucci, Maldini, Tassotti en Galli. Boban completeerde samen met Abertini en Donadoni het Milanese middenveld. Daniele Massaro stond in de spits geposteerd naast de Joegoslaaf Dejan Savicevic. Wat volgde, was een afstraffing van formaat. AC Milan was er in geslaagd het Barcelona van Cruijff en flink pak slaag te geven. Het werd 4-0. Nog voor rust had Daniele Massaro van zich doen spreken. Vlak na de rust deelde Savicevic de genadeklap uit na een onwaarschijnlijke fout van Nadal. Het slotakkoord was voor Marcel Desailly, die de 4-0 op het bord bracht. De geboren Ghanees met de Franse nationaliteit werd hiermee de eerste speler die twee keer op rij de Champions League won met twee verschillende clubs.

In 1995 verscheen Zvonimir Boban wederom aan de aftrap in de finale van de Champions League. Dit maal zegevierde Milan niet, maar moest het de eer laten aan het Ajax van Louis van Gaal. Boban werd één minuut voor de legendarische treffer van de dan achttienjarige Patrick Kluivert naar de kant gehaald en vervangen door Gianluigi Lentini. Het toch al niet zo succesvolle seizoen werd door AC Milan in mineur afgesloten. Eerder al had het de Serie A-titel aan Juventus moeten afstaan en eindigde de ploeg vierde. In 1996 werd het kampioenschap heroverd, maar daarna braken pas echt barre tijden aan voor Milan. Het seizoen 1997/98 zal door veel aanhangers van AC snel vergeten zijn, want Milan eindigde als tiende. Voor Zvonimir Boban was het seizoen echter nog niet afgelopen.

Zijn liefde voor Kroatië kreeg een nieuwe stimulans in 1998. Het WK van 1990 had hij, als Joegoslaaf, nog moeten missen vanwege een schorsing. In 1996 verscheen hij voor het eerst in rood-wit geblokt tenue op een eindronde (het EK in Engeland) en in 1998 mochten de Kroaten onder aanvoering van Boban zich zelfs mengen in een mondiaal toernooi. Kroatië had de plaatsing te danken aan een tweeluik met Oekraïne, nadat het eerst in een poule achter Denemarken als tweede was geëindigd. De barragewedstrijden met het voormalige Sovjetland eindigden in een 2-0 overwinning en een 1-1 gelijkspel in Kiev. Bij de loting voor de poulefase van het toernooi in Frankrijk werd Kroatië gekoppeld aan tweevoudig wereldkampioen Argentinië en twee debutanten: Japan en Jamaica.

Parma-speler Mario Stanic maakte de eerste treffer van het toernooi namens Kroatië. Hij trof doel tegen Jamaica. Hoewel de Jamaicanen vlak voor rust op gelijke hoogte kwamen, klaarde Kroatië na de thee de klus. Een 1-3 overwinning in Lens op de Jamaicanen gaf de Kroaten moed. Zes dagen later bracht spits Davor Suker Kroatië de overwinning op Japan in Nantes. Kwalificatie voor de achtste finale was een feit, omdat ook Argentinië twee overwinningen had geboekt. Het duel dat op 26 juni 1998 werd afgewerkt in Bordeaux, had niet veel meer om het lijf. Ondanks dat Kroatië verloor, en dus tweede werd in de poule, trof het een gunstige tegenstander in de tweede ronde van het toernooi. Argentinië moest bovendien de strijd aan binden met Engeland in Saint Étienne, terwijl Kroatië in Bordeaux mocht blijven om de degens te kruisen met Roemenië. Een koelbloedige Davor Suker bracht zijn land in de kwartfinale door een penalty te benutten.

Zou hij terug hebben gedacht aan 13 mei 1990, staand in de catacomben van het Stade Gerland in Lyon? Het is 4 juli 1998 en de klok staat op iets voor negen. Een diepe zucht en dan in wandelpas het veld op. Naast hem lopen niet de minsten: Jürgen Kohler, Jürgen Klinsmann, Lothar Matthaeus en zijn toekomstig ploeggenoot bij Milan, Oliver Bierhoff. Spelers die het goud van een mondiale eindronde al eens om de schouders mochten hangen. Bierhoff, die keeper Pavel Kuka van Tsjechië verbouwereerd op de grond liet zakken na zijn winnende goal op Wembley op het EK van 1996, staat in de spits. Maar Boban voelt niet de angst die hij als jonge aanvoerder van Dinamo voelde toen hij een politieagent naar het gras werkte in het Maksimirstadion in Zagreb. Eerder scherpte en concentratie. Het is jammer dat Robert Prosinečki er niet bij is. De stylist van Croatia Zagreb was op het WK voor jeugdploegen nog benoemd tot beste speler van het toernooi. Door zijn goals in 1990 op de eindronde in Italië en een treffer tegen Jamaica op het huidige toernooi, werd Prosinečki de eerste speler in de geschiedenis die op twee wereldkampioenschappen wist te scoren voor twee verschillende landen.

Voordat Kroatië en Duitsland überhaupt hadden afgetrapt was er al een mini-vete ontstaan. De strubbelingen gingen terug naar het EK van 1996, waar beide landen elkaar ontmoetten in Manchester voor de kwartfinale van het toernooi. Een domme handsbal van Nikola Jerkan leverde Duitsland een strafschop op. Een buitenkansje dat door Klinsmann in de twintigste minuut werd benut. Hoewel Davor Suker de stand gelijk trok, liet Igor Stimac zich verleiden tot het maken van een overtreding op het middenveld. Met al geel op zak kon Stimac vertrekken. De tien Kroaten zagen Matthias Sammer de 2-1 maken, waarna de ploeg van Berti Vogts via Engeland en Tsjechië uiteindelijk beslag zou leggen op het eremetaal.

61220423-zvonimir-boban-davor-suker-afp

Maar in 1998 was de situatie wezenlijk anders. De Kroaten roken bloed. Dit Duitsland maakte het hele toernooi al geen frisse indruk. Met moeite had Die Mannschaft zich in de achtste finale ontdaan van de Mexicanen. Er was kritiek in eigen land op de spelers en de speelstijl, die maar weinig te maken had met technische vaardigheden, maar vooral met het ontregelen van het spel. Bondscoach Berti Vogts paste veel wisselingen toe in het vergrijsde elftal waarin nog altijd plek was ingeruimd voor spelers die acht jaar eerder de wereldtitel veroverden. Daar tegenover stond een rood-wit geblokte machine, fit als altijd en met spelers uit Europese topcompetities. Gezegd moet ook worden dat Davor Suker in de vorm van zijn leven was. De spits van Real Madrid kon voortdurend rekenen op de ingevingen van Stimac, Prosinečki en natuurlijk Boban.

Duitsland maakte een nerveuze indruk en al even zo nerveus waren de felle ingrepen van enkele Duitse spelers. Tarnat had al snel geel te pakken en het zou ook niet lang meer duren voor de eerste rode kaart viel. Christian Wörns, verdediger bij Bayer Leverkusen, kon vertrekken na een harde charge op Davor Suker, een paar minuten voor de tweede klap, een schot van Robert Jarni in de verre hoek. Stanic sloeg Suker over en passte de bal breed naar de linksback van Betis Sevilla. Jörg Heinrich durfde niet door te lopen en liet de Kroaat uithalen. De toch al niet zo wervelende doelman, Andreas Köpke, had te weinig reikwijdte om bij het schot te komen. Het stond 1-0 en Kroatië ontplofte.

De Duitsers werden bij het rustsignaal vervelend. Matthäus beklaagde zich bij de grensrechter, Kohler had de scheidsrechter al opgezocht. Een gefrustreerd Duitsland moest nog drie kwartier aan de bak tegen de op rozen zittende Kroaten. Na de thee bleek echter dat veel Kroaten met hun hoofd in de halve finale aan het spelen waren, in plaats van zich te focussen op het hier en nu. Een wereldkans was niet aan Oliver Bierhoff besteed. Hij vond de uitstekende keeper Ladic op zijn pad. Ook Köpke hield zijn ploeg op de been. Zvonimir Boban speelde zich knap vrij en knalde een fraaie volley richting het Duitse doel. Köpke had geen halve meter verder voor zijn doel moeten staan. Dit keer kon hij de Kroaten van het scoren houden.

Tien minuten voor tijd leidde een pass met buitenkant voet de tweede treffer voor de Kroaten in. Boban rukte op, kwam weinig Duitsers tegen en speelde de bal naar rechts. Goran Vlaovic, speler van Valencia klopt Köpke met een schot in de verre hoek. Ook hij had het zwakke punt van de Duitse doelman gevonden. Köpke, die ietwat aan de kleine kant was, oogde volstrekt kansloos op een ogenschijnlijk houdbare bal. Het slotakkoord was voor Suker, die zich een paar minuten voor tijd knap vrijspeelde en de nekslag uitdeelde aan de ploeg van Berti Vogts. Kilometervreter Boban wist het. Alleen nog Frankrijk en dan ligt de weg naar een herhaling van het toernooi in Chili 1987 volledig open. Wie kan ons stoppen?

Nee, echt heel lekker zaten de Fransen nog niet in het toernooi. Poule A was een makkie gebleken, maar Frankrijk speelde dan ook tegen Zuid-Afrika, Saoedi-Arabië en Denemarken. De tweede ronde was een ander verhaal. Pas na 113 minuten werd in de achtste finale gewonnen van Paraguay door een doelpunt van aanvoerder Laurent Blanc. De Franse verdediger, die dit toernooi bekend zou worden vanwege zijn ritueel voor aanvang van een wedstrijd, een kus op de kale schedel van doelman Fabien Barthez, had Les Bleus aan de zege geholpen. In de kwartfinale worstelde Frankrijk zich pas na strafschoppen langs Italië. Zidane, Trezeguet, Henry en Blanc bleven koel vanaf elf meter. De Baskische linksback Lizarazu miste namens Frankrijk. Bij Italië werd Luigi Di Biagio de schlemiel. Hij mocht de vijfde strafschop niet missen, want ploeggenoot Albertini had dat ook al gedaan. Di Biagio raakte de lat en het was voor de derde keer op rij dat Italië een mondiale eindronde moest verlaten na het nemen van strafschoppen.

Waar Frankrijk bijna 240 minuten voetbal nodig had om op 8 juli in het Stade de France te verschijnen, daar had Kroatië 180 minuten voor nodig. Bovendien haperde de Franse machine en maakte Kroatië juist een felle, gretige indruk. De druk lag ook volledig bij de gastheer en niet bij de voormalige Joegoslaven. De ruststand was doelpuntloos, maar direct na de onderbreking hing een wonder in de lucht. Wie anders dan Davor Suker schoot de Kroaten naar 0-1. De euforie was van korte duur. Lilian Thurman maakte in een carrière van 142 interlands slechts twee doelpunten. Maar dit deed de centrale verdediger van Parma wel in hetzelfde duel. De halve finale tegen Kroatië werd niet de wedstrijd van Suker, Prosinecki en zeker niet van Boban. Het werd de match van Thuram die tot twee keer het net wist te vinden en Frankrijk een plek in de eindstrijd schonk. Bij het eerste doelpunt was Boban schuldig, hetgeen hem op een wissel kwam te staan. Vanaf de zijlijn moest hij toekijken hoe de Fransen uiteindelijk op weg waren naar de eindzege van het door hen zelf georganiseerde toernooi.

De troostfinale werd gespeeld op 11 juli 1998 in het stadion van Paris Saint-Germain. Opponent voor aanvoerder Boban en de zijnen was het Nederlands Elftal. Ook Oranje behoorde tot één van de kanshebbers, maar bleek na een slijtageslag tegen Brazilië fysiek niet meer in staat om de strafschoppenserie te doorstaan. Zowel Philip Cocu als Ronald de Boer zagen hun zwak ingeschoten penalty gekeerd worden. Op een troostfinale zat eigenlijk niemand in het elftal van Guus Hiddink meer te wachten. Daarvoor was de teleurstelling nu eenmaal te groot. Voor de Kroaten betekende het de kans om als debutant een medaille binnen te slepen. Waar Nederland zich maar heel even oprichtte door de 1-1 van Boudewijn Zenden, daar bleken de Kroaten veel scherper te zijn. Kroatië won met 2-1 en zag Davor Suker de topscorerstitel mee naar huis nemen. Het zesde doelpunt dit toernooi van Suker kwam op aangeven van Zvonimir Boban, die wist dat zijn carrière aan de herfst begonnen was.

In augustus 2001 trok AC Milan de Portugees Manuel Rui Costa aan. Tot dan spelmaker van Fiorentina uit Florence en van het nationale elftal van Portugal. Boban, die dat seizoen de leeftijd van 33 jaar zou bereiken, zag zijn kans op speeltijd slinken. Een verhuur aan het Spaanse Celta de Vigo leverde hem sportief gezien niet al te veel op. In oktober 2001 besloot de Kroatische nummer 10 dat het mooi was geweest. Zvonimir Boban deed een paar passen terug, dacht na en ging de confrontatie met zijn tegenstanders niet meer aan. De jongen van Zagreb was een man geworden in Milaan.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s